Over

Ik kocht op mijn 13e jaar een bijenvolk van een overleden imker. Zijn weduwe vertelde mij dat ik het volk kon halen bij Piet Romeijn. Dat was een imker die in Zeist woonde op een apart stukje land langs een spoorlijn die niet meer gebruikt werd.  Dit was de start van een levenslange passie voor bijen en een goede vriendschap met een enthousiast imker. Piet had 50 volken en was in de 60tiger jaren een bekend koninginneteler. Hij had KaukasiĆ«rs. Een mooie grijze bij die zeer rustig is. Hij stuurde koninginnen op per post. Dat vond ik in die tijd bizar.

Spelenderwijs leerde ik veel van hem. Een imkercursus was niet aan me besteed. ik ging Piet helpen met allerlei klusjes. Het mooiste was om samen te reizen naar het fruit , het koolzaad en de heide en om daar de bijenvolken te inspecteren.

Hij had in de 60tiger jaren van Ameland een bevruchtingsstation  voor zijn Kaukasishe koninginnen gemaakt. Daar reisde ik ook met hem naar toe en kampeerde daar. Ik weet nog dat hij na jaren last had van inteelt. De KaukasiĆ«rs waren zo rustig geworden dat ze nauwelijks nog wat uitvoerden.

Ondertussen werd onze achtertuin al aardig gevuld met bijenkasten. Overigens tot ergernis van mijn broers want die wilden daar hockeyen. Maar de bijen kregen voorrang. Ik werd ook in de 60tiger jaren lid van de Zeister  bijenvereniging.

Piet en Menno in het voorjaarszonnetje bij de bijenkroeg 1964
Menno, Bunnik Kersenboomgaard hoogstam 1963
Bijenstand ergens in Zeist 1963
Lidmaatschapkaar. Ik ben dan 18 en penningmeester van de Bijenvereniging Zeist.